Recht voor je Raap – Discriminatie en Geweld

Geweld en discriminatie tegen homo’s is nog aan de orde van de dag. In Nederland en België komt het minder voor dan in vele andere landen, maar de strijd voor gelijke rechten en een stop op alle haat is nog lang niet gestreden.

De wortel van de haat
Homoseksualiteit is van alle tijden en discriminatie en vervolging op basis van homoseksualiteit bestaat al bijna even lang. De historische verspreiding van homofobie is niet makkelijk in kaart te brengen. Door de eeuwen heen bestonden er altijd diverse culturen naast elkaar: binnen sommige werden de herenliefde en de vrouwenliefde geaccepteerd, openlijk of stilzwijgend, en heel soms zelfs aangemoedigd — zoals in het oude Sparta — terwijl het binnen andere werd gezien als een doodzonde die moest worden uitgeroeid. Deze situatie bestaat nog steeds. De haat wordt meestal binnen een cultuur van generatie op generatie doorgegeven en heeft meerdere oorzaken.

Geloof
Welk geloof je ook aanhangt, de kans is groot dat er een officiële uitspraak gedaan werd door een belangrijk leider ervan die zegt dat homoseksualiteit een betreurenswaardige zaak is en dat de mensen die er aan lijden geholpen moeten worden. Het idee dat een homo een gelukkig en volwaardig leven kan leiden is deze leiders vreemd. De hoeksteen van de samenleving is een man-vrouw gezin met kinderen die als het even meezit de volgende generaties van gelovigen zullen garanderen. Man-man en vrouw-vrouw relaties bieden hiervoor een in de ogen van veel religieuze bewegingen ongewenst alternatief, dat te veel vragen oproept bij hun achterban.

Vaak beroept men zich op citaten uit documenten als de Bijbel of op uitspraken van profeten die de opvatting ondersteunen dat het niet de bedoeling is dat mannen of vrouwen op hun eigen geslacht verliefd worden en er mee vrijen. Uit gemakzucht vergeet men daarbij maar dat er in deze historische documenten en door historische figuren talloze discriminerende en vrouwonvriendelijke uitspraken worden gedaan, die in onze moderne samenleving niet meer passen. Het aanhangen van de letterlijke leer gebeurt selectief en de vaak wat vage teksten en uitspraken worden enthousiast en vrijelijk geïnterpreteerd, net zoals het iemand zelf goed uitkomt. Zelfs als er sprake is van een expliciete veroordeling van homoseksualiteit in een moderne versie van een religieuze tekst, ligt daar soms een foutieve vertaling aan ten grondslag. De zeer subjectieve leer wordt door geestelijk leiders vervolgens als de Wil van de Schepper gepresenteerd en mag niet meer ter discussie worden gesteld, wil men zijn of haar ziel niet in gevaar brengen.

Religieuze bestrijders van homoseksualiteit zien het uit eigenbelang als een keuze, niet als een aangeboren eigenschap. Als het een aangeboren eigenschap zou zijn, duidt dat immers op een fout in het goddelijk design en wordt bovendien erg discutabel of het mogelijk is dit kenmerk te veranderen. Is het echter een keuze, dan kan homo’s en lesbo’s hun ‘immorele’ manier van leven worden aangerekend. Ze zijn dan in principe op het verkeerde pad geraakte slachtoffers die geholpen kunnen worden. Als ze dat weigeren, dan roepen ze zelf hun onheil over zich af en trekt God — of enig andere godheid — zijn handen van hen af. Deze insteek maakt het ook mogelijk paranoia rond homo’s als groep aan te wakkeren: ze worden gepresenteerd als een sekte die op zoek is naar nieuwe leden, hun homoseksualiteit verspreidend als een virus. Het beeld van homo’s als een immorele groep, maakt het voor fanatici makkelijk een volgende mentale stap te zetten: homo’s zijn geen volwaardige mensen en geweld tegen hen is dan ook niet zo erg, want het heeft de impliciete goedkeuring van een hogere macht.

Ironisch is overigens dat historisch gezien veel homo’s functies bekleden binnen religieuze organisaties, vooral als de leden ervan geacht werden ongetrouwd te blijven en hun leven te wijden aan het geloof. Vroeger was het vaak een goede manier om te voorkomen dat je werd uitgehuwelijkt en om je gebrek aan een partner te verklaren. Niet voor niets bloeiden er achter de gesloten deuren van kloosters en kerken de nodige homo en lesbo-romances op.

“Zoals iedereen weet, is een ‘flikker’ een homoseksuele heer die net de kamer heeft verlaten.”
– Truman Capote, schrijver

Anale seks
De eerste associatie die veel mensen hebben met homoseksualiteit is: twee mannen die elkaar in de kont neuken. Het is een beeld dat de meeste hetero’s uit plaatsvervangende schaamte niet aanspreekt: anale seks is nog steeds enigszins taboe als een man en een vrouw het doen, laat staan als twee mannen het met elkaar doen. Dat een hetero-man zich over het algemeen niet voor kan stellen dat het goed zou kunnen voelen om van achteren benaderd te worden, vergroot het onbegrip.

In de praktijk is anale seks natuurlijk niet voorbehouden aan homo’s: mannen doen het met vrouwen, vrouwen doen het soms met vrouwen en mannen doen het inderdaad ook met mannen. Maar niet alle homo’s doen aan anale seks en bij degenen die er wel aan doen, hoeft het niet dagelijks op het menu te staan: er zijn genoeg andere manieren om met elkaar te vrijen. Verrassend veel hetero-mannen hebben daarentegen wel eens een vriendin anaal gepenetreerd of haar in ieder geval proberen over te halen daarmee te experimenteren. Sommige religieuze en niet al te slimme mensen laten zich zelfs alléén via de achterdeur pakken om op die manier technisch bekeken hun maagdelijkheid te behouden voor het huwelijk. Anale seks veroordelen en publiekelijk afschuiven op alleen homo’s is feitelijk onjuist en hypocriet. In totale aantallen is het iets wat meer hetero’s doen dan homo’s, omdat er veel meer hetero’s zijn. Waarom zou je bovendien iets veroordelen wat talloze mensen met plezier doen en waar niemand verder last van heeft?

Mannelijkheid
Terwijl een hetero-man het doodnormaal vindt dat een vrouw ervan geniet om te pijpen, zal hij mogelijk walgen van een man die dat ook met enthousiasme doet. Het tornt aan aannames rond mannelijkheid en dat maakt sommige hetero-mannen erg zenuwachtig: homo’s nemen in hun ogen de rol van een vrouw aan en die hebben binnen veel culturen nog steeds een ondergeschikte status en worden als zwakker gezien. Dat een man vrijwillig zo’n rol op zich zou nemen is voor hen onbegrijpelijk. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen de actieve en passieve partner. Als je degene bent die neukt of gepijpt wordt, neem je in ieder geval nog steeds de ‘mannelijke’ rol aan en ben je misschien zelfs über-mannelijk omdat je niet alleen vrouwen maar ook mannen te grazen kan nemen. Ben je echter degene die gepakt wordt, dan ben je slechts een vrouw in een mislukte verpakking. Van mannen die openlijk homo zijn, wordt voor het gemak maar aangenomen dat ze zich allemaal laten pakken en dus geen echte mannen zijn. Om een hele groep tot een zondebok te bestempelen, heb je immers generalisaties nodig.

Wanneer een homofoob versierd wordt door een man, brengt dat onzekerheden bij hem naar boven. Word ik benaderd omdat ik er uit zie als een homo, oftewel iemand die niet echt mannelijk is? Ben ik er diep van binnen toch niet een klein beetje vatbaar voor en wat zegt dat over mij? Zeker als een man geaardheid ziet als een keuze, kan bij hem de irrationele angst bestaan dat hij homo zou kunnen worden ‘gemaakt’. Het potentiële verlies van status en eer, dwingt dan al snel tot een agressieve tegenreactie.

“Niets in deze wereld is gevaarlijker dan oprechte onwetendheid en opzettelijke domheid.”
– Martin Luther King Jr., politiek leider

Eigenbelang
In een cultuur waar status en machtspositie belangrijk zijn, wordt geaardheid maar al te graag aangegrepen om iemand naar een lagere status dan de eigen te duwen. Hoe lager de status is die een homofoob heeft, des te groter is de behoefte om een sociale laag onder zich te hebben waar hij tegenaan kan trappen. Daarbij is het voor de discriminerende partij van belang homoseksualiteit in de taboesfeer te houden. Het geeft overwicht, houdt de schaamte in stand en houdt homo’s buiten zicht. In sommige erg homofobe landen is terloops en openlijk lichamelijk contact tussen mannen (zoals een schouderklopje, een knuffel, een zoen op de wangen of een vastgehouden hand) opvallend normaal. De angst is waarschijnlijk dat als homoseksualiteit erkend zou worden, al dit intieme, lichamelijke contact tussen mannen verdacht zou worden. Dan zou iemand de homofoben voor homo aan kunnen zien, met vernedering tot gevolg.

Closet cases
Het is jammer het te moeten zeggen, maar soms zijn homo’s hun eigen ergste vijanden. Juist homo’s die door hun omgeving of opvoeding zijn gedwongen een frustrerend dubbelleven als hetero te leiden of een leven zonder seks, veroordelen soms fel en openlijk deze schandelijke ‘lifestyle’. Een combinatie van afgunst en zelfhaat maakt hen tot zeer fanatieke homofoben. Ook mannen die oorspronkelijk wél uitkwamen voor hun homoseksualiteit, maar geen prettig leven leidden en zich daarom tot religie wendden, raken niet uitgepraat over de negatieve aspecten van mannenliefde. Er bestaan zelfs organisaties die gevormd werden door deze bekeerde homoseksuelen die nu een ‘gelukkig’ hetero-bestaan leiden, met de bedoeling ook anderen op het rechte pad te leiden. Dat maar weinigen zelf écht geloven dat homoseksualiteit ‘genezen’ kan worden, wordt daarbij onder het tapijt geveegd. Vele zogenaamde ‘ex-gays’ werden al betrapt op een stiekeme poging tot anonieme seks met een man en sommigen geven zelfs openlijk toe dat ze ondanks hun ‘bevredigende’ huwelijk met een vrouw toch af en toe nog geplaagd worden door onzuivere gedachten. De meeste ex-gays eindigen in praktijk weer als ex-ex-gays.

Discriminatie
Het is in Nederland en België wettelijk verboden mensen te discrimineren op basis van hun huidskleur, geloof of geaardheid. Mocht je dus met iemand een professionele band hebben en door hem of haar worden achtergesteld omdat je homo bent, dan kan je daar een punt van maken en zelfs een rechter erbij betrekken. Het is vaak wel lastig om discriminatie te bewijzen.

In het geval van discriminatie op je werk: werkgevers zullen niet openlijk melden dat ze een hekel hebben aan homo’s en je daarom weg willen pesten. Het zal om te beginnen geen officieel beleid zijn, maar het vooroordeel van één of meerdere collega’s of leidinggevenden dat je parten speelt. Het is vrij makkelijk om iemand op het werk het leven zuur te maken, onder het voorwendsel dat deze persoon niet goed functioneert, terwijl voor de betrokkenen duidelijk is wat de werkelijke situatie is. De gepeste medewerker wordt bijvoorbeeld bewust informatie onthouden die hij nodig heeft voor zijn functie of hij wordt genegeerd wanneer er promoties te vergeven zijn. Tenzij je er in slaagt één van je plaaggeesten expliciet te laten zeggen dat het is vanwege je homoseksualiteit, bij voorkeur vastgelegd als tekst die als bewijs kan dienen, zal glashard ontkend worden wat er werkelijk speelt en zal het voor de rechter jouw woord zijn tegen dat van je collega. Denk je toch voldoende in handen te hebben om er iets mee te kunnen, neem dan contact op met een instantie die je verder kan helpen, zoals het College Voor De Rechten Van De Mens (mensenrechten.nl) of een Meldpunt Discriminatie (discriminatie.nl).

Het is meestal beter pro-actief te zijn wat betreft het voorkomen van discriminatie. Wanneer je bij een bedrijf solliciteert, loont het om de omgeving in te schatten op homovriendelijkheid en daar zonodig nog naar te vragen voor je een contract tekent. Deze instelling verschilt niet alleen van bedrijf tot bedrijf maar ook van sector tot sector: je zal je harder in moeten vechten in bedrijfsculturen en sectoren waar machismo de boventoon voert. Heb je het vermoeden dat bij bepaalde invloedrijke collega’s je homoseksualiteit niet goed zal vallen, maar wil je toch een bepaalde baan erg graag, dan zal je pragmatisch bekeken een slot moeten draaien op je privé-leven. Hebben je collega’s je na een tijd beter leren kennen en weet je dat ze niet onverbeterlijk homofoob zijn, dan kan je voorzichtig uit de kast stappen. Mensen die negatieve opvattingen hebben over homo’s als groep, zetten deze makkelijker opzij wanneer iemand die ze inmiddels al een beetje kennen en aardig vinden homo blijkt te zijn. Let wel: uit principe erg expliciet je homoseksualiteit uitdragen in een werkomgeving die daar niet van gediend is, mag dan bewonderenswaardig zijn in het kader van acceptatie, maar levert je uiteindelijk geen prettige werkomgeving op. Je geaardheid zal trouwens uiteindelijk bij de meeste Nederlandse werkgevers totaal geen issue zijn, noch ten positieve, noch ten negatieve.

“Oog om oog leidt tot blindheid bij iedereen.”
– Mahatma Ghandi, politiek en spiritueel leider

Agressie
Het is een moeilijke afweging: in hoeverre pas je in het openbaar je gedrag aan om agressie of scheldpartijen te voorkomen? Het is voor een hetero-stelletje vanzelfsprekend om hand in hand over straat te lopen, maar doe je het als homo met je vriendje, of zoen je hem op de mond, dan wordt het al snel gezien als een politiek statement en een provocatie. Soms kan je het ook zelf zo ervaren, jammer genoeg. Door het besef dat je door je omgeving op zo’n moment verbaal of lichamelijk kan worden aangevallen, gaat de romantiek er wel een beetje vanaf.

VerbalHateToch is het belangrijk niet geheel te wijken voor de tirannie van homofoben. Hoe onzichtbaarder homo’s zijn, hoe opvallender een kus, knuffel of vastgehouden hand tussen mannen of vrouwen blijft en hoe minder mensen er aan zullen wennen. Wanneer je op een plek bent waar je feitelijk geen gevaar loopt, zal je toch je romantische impulsen de vrije loop moeten laten en eventueel negatief commentaar voor lief nemen. Het voorkomt dat je steeds verder in je schulp kruipt uit vrees voor tegenreacties en stelt de omgeving bloot aan intimiteit tussen mannen, waar uiteindelijk ook andere homo’s profijt van zullen hebben. Laat je door scheldwoorden nooit overhalen tot een fysieke confrontatie en schud ze in principe van je af. Je moet in het openbaar natuurlijk wel dezelfde lichamelijke grenzen aanhouden die gelden in het algemeen: ga niet waar onbekenden bij staan tegen elkaar op rijden. En elkaar uitgebreid op de bek pakken is ook niet op alle plekken even gepast.

Soms is het niet eens een aanraking die agressie oproept, maar is alleen al het vermoeden dat je homo bent genoeg om een klap te krijgen. Het risico op zo’n willekeurige daad van geweld is het grootst als je te maken krijgt met een groepje van twee of meer jongeren. Dit soort groepen bestaan soms uit onzekere mannetjes met een kudde-mentaliteit, voor wie het bewijzen van hun mannelijkheid erg belangrijk is. Zeker wanneer er alcohol in het spel is, lijkt het aanvallen van iemand die niet als een échte man wordt gezien dan een goede manier om indruk te maken binnen de groep. Er wordt bij voorkeur een slachtoffer uitgekozen dat niet al te veel weerstand zal bieden, want zelf klappen krijgen in het bijzijn van maatjes — en dan nog wel van een mietje — is niet wenselijk. De meeste van dit soort geweldplegers zouden één op één hun handen thuis houden, maar voelen zich veiliger omdat ze versterking bij zich hebben, voor het geval dat het tóch misloopt.

Kom je een groepje tegen dat agressief en jolig lijkt, wees dan op je hoede maar raak niet in paniek. Kijk even snel hun kant op, om in te schatten hoe veel jongens het zijn en hoe ver weg ze zijn, maar staar niet en leg geen oogcontact, want dat dwingt degene die je aankijkt tot een reactie. Hou je rug recht, je schouders naar achteren en probeer zelfverzekerd over te komen, maar maak daar geen show van. Hoe weerbaarder je er uit ziet, hoe kleiner de kans dat je die weerbaarheid nodig zal hebben. Als je onopvallend over kan steken of in ieder geval de afstand tot het groepje groter kan maken, doe dat dan. Als de groep zich achter je bevindt, hou dan goed je oren open en doe even je koptelefoon af als je naar muziek aan het luisteren bent. Mocht iemand je van achteren proberen aan te vallen, dan zal hij daar waarschijnlijk geen ninja-training voor hebben gevolgd, dus je zou hem aan moeten horen komen en kunnen ontwijken.

Als er zich een aanval voordoet, zal je vrijwel altijd in de minderheid zijn, of je nu alleen bent of met een vriend. Tenzij je Rambo bent of The Karate Kid, is het beter om er in volle vaart vandoor te gaan en niet te blijven knokken. Blijk je tegen één van de groep je mannetje te kunnen staan, dan nog zal de rest van de groep niet zo sportief zijn dat ze daar genoegen mee nemen. Ren liever de dichtstbijzijnde openbare plek binnen — een café, winkel of restaurant bijvoorbeeld — waar je andere mensen om je heen hebt. Risico op gedoe met de politie zal vaak al genoeg afschrikken om achtervolgers af te laten druipen. Vluchten is niet goed voor je ego, maar beter dan lichamelijke schade. Doe hoe dan ook altijd aangifte van geweld of een poging daartoe en meldt ook de reden — of het vermoeden — dat het was omdat je homo bent. Geweld tegen homo’s wordt tegenwoordig als zodanig geregistreerd en ook als de politie de daders niet te pakken krijgt, maakt het in ieder geval duidelijker waar en wanneer dit soort geweld zich voordoet.

“Homoseksuele jongens en meiden die twijfelen of ze wel worden geaccepteerd, moeten bedenken dat de mensen die homoseksualiteit afwijzen vooral zelf een probleem hebben. Maar emanciperen en je coming out beleven is bijna altijd een pijnlijk of lastig proces. Als je daar doorheen komt, maakt het je wel razend weerbaar en sterk. Alleen daarvan heb je al je hele leven plezier.”
– Dennis Boutkan, voormalig voorzitter COC Amsterdam

De erosie van discriminatie
Discriminatie van homo’s zal niet van de een op de andere dag verdwijnen, al worden er in ieder geval in de Westerse cultuur stappen de goede kant op gezet. Vooroordelen worden nog steeds met de paplepel ingegoten en de mentaliteit die daardoor ontstaat valt niet zo makkelijk ongedaan te maken. Door zichtbaar te blijven en te strijden voor gelijke rechten op alle gebieden, werken we aan de langzame erosie van de opvattingen die tot discriminatie leiden. Het zal geen gemakkelijke weg zijn, want voor meerdere partijen zijn homo’s een praktische zondebok, die aanhangers kan verenigen in hun afkeer. Deze groepen zullen zich verzetten tegen het verlies van hun handige, fictieve vijand. De huidige generaties van homo’s zullen waarschijnlijk nog geen volledige acceptatie van homoseksualiteit meemaken. Dat wil zeggen: niet alleen wettelijke gelijkheid maar ook in het hoofd van de gemiddelde hetero. Door echter het gesprek met hen aan te blijven gaan en ons niet op te sluiten in een getto, kunnen we verkeerde aannames doen wankelen en op die manier voorkomen dat ze aan volgende generaties worden doorgegeven.

English version here. Laatste edit: 11-08-2018