Goed Geaard – De ‘Oorzaken’ van Homoseksualiteit

Wanneer je openlijk uitkomt voor je mannenliefde, kan er vanuit je omgeving negatief worden gereageerd. Als je familie en vrienden niet zo goed geïnformeerd zijn, zullen ze je mogelijk vragen waarom je voor zo’n manier van leven ‘gekozen’ hebt. Een veel voorkomende aanname is nog steeds dat homoseksualiteit een keuze is, alsof je de diverse opties in een catalogus hebt nageslagen en bij ‘homo’ een vinkje hebt gezet. Deze hardnekkige opvatting slaat echter de plank mis: als je een man bent die op mannen valt — of op mannen én vrouwen valt — is dat een realiteit waar in de praktijk weinig aan te veranderen is, hoe fanatiek religieuze bewegingen en homofoben ook het tegendeel beweren. Los van de vraag waarom je zou wíllen veranderen, tonen veel onderzoeken aan dat biologische factoren doorslaggevend zijn bij het bepalen van geaardheid.

Wetenschappelijk verantwoord
Wetenschappers die onderzoek doen op het gebied van homoseksualiteit, hebben uiteenlopende en soms wat gekleurde motieven. Hoewel homoseksualiteit in de meeste Westerse landen al lang van de lijst met psychische stoornissen is afgehaald, zien sommige wetenschappers met vooral een religieuze achtergrond het nog steeds als een ziektebeeld dat onderzocht en behandeld moet worden. Het doel zou zijn om op de lange termijn homoseksualiteit te genezen en voorkomen. Dat is erg ambitieus, gezien het feit dat homoseksualiteit zich sinds mensenheugenis voordoet, niet alleen onder mensen maar ook op talloze plekken in het dierenrijk. Andere, neutralere onderzoekers zijn nieuwsgierig naar de balans tussen biologische aanleg (nature) en opvoeding (nurture), niet alleen op het gebied van seksualiteit maar ook op vele andere fronten. De wetenschappers die homo’s eigenlijk een beetje gek vinden, zoeken de oorzaak vooral bij de psychologie, terwijl de wat meer objectieve onderzoekers in de biologische hoek belanden.

Opvoeding
Achterhaalde Freudiaanse psychologie stelde dat homoseksualiteit wordt veroorzaakt door een jeugd met een overheersende moeder en een afwezige vader. De zoon mist daardoor de intimiteit met een andere man en blijft daar naar op zoek wanneer hij volwassen is geworden. Statistisch gezien blijft er weinig van deze theorie over: er zijn massa’s mannen die in zo’n situatie opgroeiden maar toch hetero zijn en mannen die niet in zo’n situatie opgroeiden maar toch homo zijn. Volgens deze logica zouden bovendien binnen bepaalde landen, gezien de gezinscultuur, ook veel meer homo’s rond moeten lopen dan binnen andere. Zelfs áls er ooit uit een onderzoek een verband zou blijken tussen homoseksualiteit en afwezige of kille vaders, is een meer voor de hand liggende interpretatie dat de vaders juist afstand nemen omdat het kind homo is of lijkt. Alleenstaande moeders of lesbische koppels zouden volgens deze theorie meer kans moeten hebben op een homoseksueel kind, iets wat niet terug te vinden is in statistieken.

NoMilkHomoseksualiteit wordt verder wel gezien als een experimentele, puberale fase waar mannen in blijven hangen. Ze zouden bang zijn voor een ‘volwassen’ hetero relatie en de verantwoordelijkheden die daarmee samenhangen omdat ze — schijnbaar onvermijdelijk — op een huwelijk en kinderen af zouden stevenen. Deze theorie suggereert dat de liefde tussen twee mannen nooit zo serieus en complex kan zijn als die tussen een man en een vrouw en kennelijk ook dat homo’s per definitie geen kinderwens kunnen hebben en niet willen trouwen. Het ‘hoeksteen van de samenleving’-concept wordt gezien als het heilige ideaal: een man en vrouw in een monogaam huwelijk met kinderen. Dat er binnen zowel hetero- als homorelaties een veel breder scala aan samenlevingsvormen bestaat die net zo veel waarde hebben, wordt daarbij genegeerd. Homoseksualiteit wordt hier gezien als een keuze: een symptoom van geestelijke onvolwassenheid.

“Ik ben voor 99 procent homo. Die laatste één procent ontdekte ik toen ik Angelina Jolie zag in haar Tomb Raider outfit. Dat was wel even schrikken.”
– Steven

Biologie
Het ‘homo-gen’ is nog niet gevonden en het bestaan ervan is zelfs omstreden. In hoeverre homoseksualiteit erfelijk is, blijft dus onduidelijk. Maar er wordt ook onderzoek gedaan naar fysieke verschillen tussen homo’s en hetero’s, met interessante resultaten: statistisch gezien zijn er een paar uiterlijke kenmerken die opvallend veel homo’s en lesbo’s delen. Bijvoorbeeld: wanneer je naar iemands achterhoofd kijkt, zit er een slag in het haar zoals het van de kruin af groeit, naar links of naar rechts. Bij homo-mannen groeit het haar vaker dan gemiddeld naar links, tegen de klok in. Daarnaast zijn homo’s en lesbo’s veel vaker dan gemiddeld linkshandig of tweehandig. Verder: bij hetero-mannen is over het algemeen de wijsvinger korter dan de ringvinger en hetzelfde geldt voor lesbische vrouwen, wat aan zou duiden dat ze voor de geboorte aan een relatief grote hoeveelheid van het mannelijk hormoon testosteron zijn blootgesteld. Bij hetero-vrouwen en homo’s is dit verschil in lengte kleiner of zijn de vingers zelfs even lang. Een interessant artikel over dit soort kenmerken, dat nog steeds gegoogled kan worden, schreef David France in 2007 voor het tijdschrift New York: ‘The Science of Gaydar’. Hij onderzoekt hierin de wetenschappelijke basis voor het fenomeen ‘gaydar’: het aanvoelen van iemands geaardheid (een samenstelling van ‘gay’ en ‘radar’). Daar zouden uiterlijke factoren en bijvoorbeeld de stem een bewuste of onbewuste rol bij spelen. Er moet wel worden opgemerkt dat de tweedeling in homo en hetero weinig rekening houdt met het fenomeen biseksualiteit en dat op alle genoemde fysieke kenmerken de nodige uitzonderingen te vinden zijn. Natuurlijk zijn niet alle homo’s linkshandig, hebben een wijsvinger die even lang is als de ringvinger en haar dat naar links groeit.

Lichamelijke kenmerken van homoseksualiteit gaan verder dan alleen het uiterlijk: de hersenen van homo’s en lesbo’s lijken ook net iets anders in elkaar te zitten. Wanneer er psychologische tests worden afgenomen — zoals een test om het ruimtelijk inzicht te evalueren — vallen de resultaten van homo’s relatief vaak samen met die van hetero-vrouwen, terwijl die van lesbo’s samenvallen met hetero-mannen. Bij een onderzoek van het Zweedse Karolinska instituut uit 2008, bleek dat er een lichamelijk verschil is tussen de groepen: de vorm van de hersenen is niet helemaal hetzelfde en er zijn ook verschillen in opbouw. Bij lesbo’s en hetero-mannen is de rechterhelft van de hersenen ietsje groter, terwijl bij homo’s en hetero-vrouwen de helften vrijwel symmetrisch zijn. Bij eerder, controversieel onderzoek bleek ook al dat er verschillen zijn in de bouw van de hersenen van homo’s en lesbo’s in vergelijking tot die van hetero’s. Dit werd onderzocht door onder andere Simon LeVay en door Dick Swaab, die in 1988 als directeur van het Nederlandse Instituut voor Hersenonderzoek een knobbeltje in de hersenen ontdekte dat groter was bij homo’s dan bij hetero’s. Deze onderzoeken ondersteunen het vermoeden dat er een biologisch element meewerkt bij geaardheid.

Er zijn daarbij factoren die statistisch gezien een rol lijken te spelen maar overduidelijk niet gelden voor alle homo’s en lesbo’s. Bijvoorbeeld: naarmate een moeder meer zonen krijgt, wordt de kans op een homoseksueel kind beduidend groter. Een mogelijke verklaring is dat het afweersysteem van de moeder met iedere zwangerschap meer afweer opbouwt tegen de mannelijke hormonen die ze met zich meedraagt en ze met vrouwelijke hormonen bestookt. Daardoor wordt de kans op een zoon met biologisch ‘vrouwelijke’ kenmerken steeds groter, wat kan resulteren in een homoseksuele zoon. Maar er zijn natuurlijk vele homo’s die geen oudere broers hebben.

Er lijken meerdere biologische factoren mee te spelen en het is zeer goed mogelijk dat geaardheid niet te herleiden zal zijn tot één oorzaak. Genen hebben misschien directe invloed, maar waarschijnlijk ook de hormonale huishouding van de moeder tijdens de zwangerschap, die beïnvloed kan worden door stress, genetische aanleg, medicatie en diverse stoffen die in de baarmoeder belanden. Daardoor krijgt een baby kenmerken van het andere geslacht, waarbij de binnenkant en/of de buitenkant beïnvloed worden. Dat leidt tot een bonte variatie aan gecombineerde mannelijke dan wel vrouwelijke uiterlijke kenmerken, gedragingen, geaardheden en gender identificatie (het gevoel ‘man’ of ‘vrouw’ te zijn). Homo’s en lesbo’s lijken hun geaardheid dus niet allemaal op precies dezelfde manier te hebben meegekregen.

“Iedereen die denkt dat liefde genezen dient te worden, heeft er zelf niet genoeg van in zijn leven.”
– Joan Garry, activiste

Een beetje bi
Bij deze nog even melding van de ‘Kinsey schaal’ uit de jaren ‘50: Kinsey stelde na een groot en voor die tijd schandalig onderzoek dat homoseksualiteit en heteroseksualiteit niet in scherp contrast tegenover elkaar staan, maar dat ze in elkaar overlopen via een groot, grijs gebied. Hij deelde mensen daarbij in op een schaal van 0 (100% hetero) tot 6 (100% homo), met biseksuelen in het midden op 3. Methodologisch valt er het een en ander aan te merken op zijn onderzoek, maar vele mensen — vooral die uit de categorie 1 tot en met 5 — zullen hem nog steeds dankbaar zijn voor de deuk die hij sloeg in het zwart-witte beeld dat tot dan toe overheerste met betrekking tot seksualiteit.

Boeien!
De precieze mix van factoren die geaardheid bepalen, blijft onduidelijk en deze doet er uiteindelijk ook niet toe. Je bent wie je bent, voelt wat je voelt, valt op wie je valt en als dat een andere man is dan is dat prima. Als je naaste omgeving je het leven zuur maakt en je blijft vertellen dat je een verkeerde ‘keuze’ hebt gemaakt, probeer ze dan uit te leggen dat er van een keuze geen sprake was. Geaardheid kan met de tijd soms ietsje heen en weer schuiven op de Kinsey schaal — al lijken vrouwen daar over het algemeen beter in dan mannen — maar zal nooit omslaan van compleet homo naar compleet hetero. Wanneer jij vrede hebt met je eigen plek op de schaal, is het uiteindelijk aan anderen die voor lief te nemen.

“Ik zat als kind redelijk vaak ziek thuis en één van de eerste videobanden die we hadden en die ik toen talloze keren zag, was de musical ‘The Wiz’, met Diana Ross. Toen vond ik ook nog eens een cassettebandje in de zandbak van mijn lagere school met de soundtrack van ‘A Chorus Line’. Als die dingen me niet homo hebben gemaakt, weet ik het ook niet meer.”
– Steven

English version here. Last edit: 11-08-2018